Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag

1.. Voor belanghebbenden die langdurig een laag inkomen hebben als bedoeld in artikel 2.2 en voldoen aan de overige in de wet gestelde voorwaarden, bedraagt de langdurigheidstoeslag per jaar: indien het betreft een alleenstaande zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet zoals die luidt op 1 januari 2012 € 346,00; indien het betreft een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet zoals die luidt op 1 januari 2012 € 442,00; indien het betreft een gezin zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, onder 1 en 2, van de wet zoals die luidt op 1 januari 2012 € 492,00. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. 3.. Indien er sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden en: nog slecht één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aaanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden; twee of meer gezinsleden overblijven die als gezin recht hebben op langdurigheidstoeslag, wordt voor de bepaling van het recht op langdurigheidstoeslag uitsluitend rekening gehouden met deze rechthebbende gezinsleden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel