Naar hoofdinhoud
Teelaarde en zand dienen elk gescheiden te worden ontgraven van de overige grondsoorten. Bij aanvullen van sleuven dienen de grondsoorten te worden aangebracht in de oorspronkelijke lagen. De dikten van de teelaarde en zandlagen dienen gelijk te zijn aan de oorspronkelijke laagdikten. De werkzaamheden dienen zo mogelijk te worden uitgevoerd in een droge sleuf. Afhankelijk van de uitvoeringswijze en omstandigheden levert vergunninghouder in voorkomende gevallen zand of andere grond bij of voert overblijvende grond af.

Rechtspraak bij dit artikel