Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenstelling en benoeming

Onderdeel van Reglement Participatiecommissie Welzijn Wonen en Zorg (2013)

1.. De onderstaande belangenorganisaties nemen deel aan de Participatiecommissie: Het Platform Gehandicaptenbeleid Eindhoven (PGE); Stichting Overleg van Ouderenorganisaties (OVO) KansPlus Sien Overleg van Allochtonen en Autochtonen (OVAA); Regionale Cliënten Organisatie (RCO) Cliëntenraad Combinatie Jeugdzorg 2.. Op voordracht van de Participatiecommissie is het college bevoegd te besluiten het aantal deelnemende belangenorganisaties zoals genoemd in lid 1 uit te breiden. 3.. Per deelnemende belangenorganisatie, zoals opgesomd in lid 1, nemen twee leden deel. 4.. De leden voldoen het bepaalde in artikel 10 van de Gemeentewet met uitzondering van het in lid 1 van dit artikel bepaalde dat het lid ingezetene moet zijn van de gemeente. Hierbij geldt, in verband met de binding met de stad en haar inwoners, dat 75% van de leden ingezetene moet zijn van de gemeente. 5.. Indien de belangenorganisatie langer dan 6 maanden niet vertegenwoordigd is in de Participatiecommissie vervalt haar deelname aan de Participatiecommissie. 6.. Het lidmaatschap van de Participatiecommissie is niet verenigbaar met het lidmaatschap van: - de gemeenteraad of, een andere door het gemeentebestuur van Eindhoven ingestelde bestuurscommissie of, hetgeen bepaald is in artikel 13 Gemeentewet. 7.. In het kader van belangenverstrengeling geldt voor de leden van de Participatiecommissie dat zij nevenfuncties en beroepsmatige betrokkenheid bij aanbestedingen/subsidieverstrekking moeten melden bij de voorzitter en/of beleidsondersteuner. Ook kan het lidmaatschap niet worden aangewend voor persoonlijke belangen. 8.. De belangenorganisatie draagt zelf personen voor ter vertegenwoordiging in de Participatiecommissie. Deze kandidaat krijgt een gesprek met de voorzitter en de beleidsondersteuner om na te gaan of de kandidaat geschikt is en beseft wat van hem/haar verwacht wordt, waarna zij een advies uitbrengen aan de gemeente. 9.. Indien de belangenorganisaties genoemd in het eerste lid uit hun eigen gelederen geen geschikte kandidaat beschikbaar hebben, mogen zij een andere kandidaat voordragen. Deze kandidaat zal dan opereren onder het mandaat van de betreffende belangenorganisatie. 10.. De portefeuillehouder Wmo is gerechtigd om de kandidaat schriftelijk mede te delen dat hij is benoemd tot lid van de Participatiecommissie. De benoemde deelt binnen 14 dagen aan de portefeuillehouder mee, of hij de benoeming aanvaardt. Niet reageren, betekent daarbij niet accepteren van de benoeming. Van de aanvaarding stelt de gemeente de Participatiecommissie in kennis. 11.. De Participatiecommissie kent een vaste voorzitter die door de leden van de Participatiecommissie wordt aangewezen en onafhankelijk wordt geacht. De voorzitter wordt benoemd door B&W voor een periode van 4 jaar die maximaal 1 keer verlengd kan worden (tot maximaal 8 jaar). 12.. Indien de voorzitter bedoeld in lid 8 niet naar behoren functioneert, naar oordeel van het college dan wordt tussentijds het ontslag van de voorzitter verleend. Ook kan indien de relatie met de Participatiecommissie is verstoord, wordt met meerderheid van stemmen door de commissieleden tussentijds het ontslag van de voorzitter worden gevraagd aan het college. 13.. De Participatiecommissie kent een ambtelijk secretaris. De secretaris wordt aangewezen door de gemeente. 14.. De Participatiecommissie kent een onafhankelijk beleidsondersteuner. De beleidsondersteuner wordt aangewezen door de leden en de voorzitter. 15.. De Participatiecommissie kent een agendacommissie bestaande uit voorzitter, beleidsondersteuner en secretaris.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel