Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14:

Vervallen aanspraak op bekostiging en verlenging termijn

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen Primair Onderwijs Amsterdam 2014

1.. De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien niet door de aanvrager vóór 1 juli van het tweede jaar volgend op het jaar van de vaststelling van het programma een bouwopdracht is verleend dan wel een koop-, huur-, of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift hiervan vóór 1 augustus daaropvolgend aan het college is gezonden. In de bouwopdracht zijn vermeld: -. de aanvangsdatum van het werk; -. de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd. In het geval van een huur- of erfpachtovereenkomst wordt daarin de datum van inwerkingtreding vermeld, de duur van de overeenkomst en de door het bevoegd gezag verschuldigde huurpenningen of erfpachtcanon. In geval van een koopovereenkomst wordt daarin de datum van aankoop en de koopsom vermeld. 2.. De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager vóór 1 mei van het tweede jaar volgend op de vaststelling van het programma een gemotiveerd verzoek tot verlenging van de termijn heeft ingediend bij het college. 3.. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van het verzoek tot verlenging. Indien het verzoek wordt ingewilligd, geeft het college in het besluit aan tot welke datum de termijn wordt verlengd. 4.. Indien het college vóór 15 maart van het tweede jaar, volgend op het jaar van vaststelling, geen afschrift van de bouwopdracht dan wel koop-, huur- of erfpachtovereenkomst heeft ontvangen, meldt het college dit schriftelijk aan het bevoegd gezag. Het college wijst het bevoegd gezag hierbij op het bepaalde in het eerste en het tweede lid van dit artikel. 5.. Indien de aanspraak op bekostiging is vervallen, treedt het college in overleg met het bevoegd gezag over het treffen van een regeling in verband met de reeds beschikbaar gestelde vergoeding van de kosten van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 21.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel