**1..** Teneinde vast te stellen of sprake is van leegstand bepaalt het college aan de hand van bijlage III van deze verordening voor een school, dan wel indien de school bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, voor elke hoofdvestiging en nevenvestiging afzonderlijk:
de bruto vloeroppervlakte van elk in gebruik zijnde gebouw, zoals omschreven in bijlage III, deel A tenzij op basis van een nulmeting het bevoegd gezag en het college tot overeenstemming zijn gekomen over een aangepaste capaciteit;
het aantal vierkante meters benodigd op basis van het leerlingaantal.
**2..** De leegstand in een in gebruik zijnde schoolgebouw is het verschil tussen de getallen bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
**3..** Indien de uitkomst van de berekening als bedoeld in het tweede lid het afstoten, het medegebruik of de verhuur van een gebouw mogelijk maakt, treedt het college hierover in overleg met het bevoegd gezag. Hierbij wordt rekening gehouden met de afspraken als bedoeld in artikel 9, tweede lid.
Hoofdstuk
Artikel 25:
Leegstand
Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen Primair Onderwijs Amsterdam 2014