Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder ‘vrijwilliger’: vrijwilliger in de zin van de Rechtspositieregeling vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer.
Artikel 2
De vrijwilliger geniet per kalenderjaar een vaste vergoeding, welke na afloop van elk kalenderjaar zo spoedig mogelijk wordt uitbetaald.;
De vaste vergoeding wordt vastgesteld op het bedrag, dat in tabel 1 is vermeld achter de door de vrijwilliger beklede rang.;
In de vaste vergoeding is een bedrag begrepen ter vergoeding van onkosten die worden gemaakt in verband met de beroepsuitoefening. Deze vergoeding bedraagt € 136,- per jaar.;
In de vergoeding ten behoeve van officieren is tevens een onkostenvergoeding begrepen van € 2,27 per in het kader van de beroepsuitoefening verrichte activiteit, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
Artikel 3
De vrijwilliger beneden de rang van adjunct-hoofdbrandmeester – met uitzondering van de brandmeester die tevens ondercommandant is – die, na een door of vanwege de burgemeester ontvangen oproep, deelneemt aan de oefening, of die de lessen van een voor zijn betrekking voorgeschreven cursus volgt, heeft recht op een vergoeding.;
De vrijwilliger die na daartoe te zijn opgeroepen, werkelijke dienst verricht in verband met brandbestrijding of andere hulpverleningen, heeft recht op een vergoeding.;
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid onderscheidenlijk de vergoeding bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld op het per uur uitgedrukt bedrag, dat in kolom 2 onderscheidenlijk in kolom 3 van tabel 1 is vermeld achter de door de vrijwilliger beklede rang.;
In de vergoeding bedoeld in dit artikel is een onkostenvergoeding begrepen van € 2,27 per in het kader van de beroepsuitoefening verrichte activiteit.
Artikel 4
De algemene salarismutaties voor de sector gemeenten zoals die in het LOGA worden overeengekomen zijn wat betreft het percentage en de ingangsdatum van overeenkomstige toepassing op de bedragen genoemd in artikel 2, tweede lid en artikel 3, derde lid.;
De overeenkomstig het vorige lid berekende vaste vergoedingen worden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf euro en de uurvergoedingen op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf eurocent.
Artikel 5
Het college kan een vergoedingsregeling vaststellen voor het verrichten van wacht-, consignatie- en bewakingsdiensten door de vrijwilliger.
Deze regeling luidt als volgt:
Piketdienst is het zich volgens rooster ter beschikking houden voor brandweerdiensten;
Vrijwilligers krijgen vergoeding voor piketdiensten op zaterdagen,zon- en feestdagen en daarbuiten op een beperkt aantal door de commandant nader aan te wijzen dagen.
Bij het verrichten van piketdiensten komen 24 uur per dag voor vergoeding in aanmerking, tenzij vooraf een minder uren omvattend rooster is afgesproken.
Voor piketuren op zon- en feestdagen bedraagt de uurvergoeding 16% en voor piketuren op zaterdag en eventuele andere werkdagen bedraagt de uurvergboeding 10% van het 1/156 gedeelte van:
Het maximum van schaal 6 voor de functies van chauffeur en lid van de piketploeg;
Het maximum van schaal 8 voor de functie van bevelvoerder;
Het maximum van schaal 11 voor de functie van officier van dienst.
De salarisschalen zoals hierboven genomed zijn opgenomen in de bezoldigingsregeling.
Artikel 6
Het college kan in bijzondere gevallen aan de vrijwilliger een vergoeding voor derving van loon of inkomsten toekennen wegens het verrichten van de in artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde brandweerdienst.
Artikel 7
Indien de vrijwilliger met toepassing van deze regeling een lagere vaste vergoeding zou ontvangen dan hij ontving op grond van de oude verordening, blijft het laatstbedoelde bedrag voor hem van toepassing.
Vergoedingentabel betreffende de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 juni 2007
jaarvergoeding
uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.
uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening
aspirant-brandwacht
307
9,50
17,78
brandwacht
307
10,09
18,88
brandwacht 1e klasse
307
10,93
20,54
hoofdbrandwacht
307
12,11
22,71
aspirant-onderbrandmeester
307
10,68
20,01
onderbrandmeester
461
13,37
24,99
brandmeester
461
15,17
28,52
brandmeester (tevens ondercommandant)
2706
0,00
27,06
aspirant-officier
307
13,37
24,99
adjunct-hoofdbrandmeester
2899
0,00
28,99
adjunct-hoofdbrandmeester(tevens commandant)
3877
0,00
28,99
adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse
3267
0,00
32,67
adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse(tevens commandant)
4361
0,00
32,67
hoofdbrandmeester
3636
0,00
36,36
hoofdbrandmeester (tevens commandant)
4840
0,00
36,36
hoofdbrandmeester 1e klasse
4207
0,00
42,07
hoofdbrandmeester 1e klasse (tevens commandant)
5604
0,00
42,07
commandeur
4791
0,00
47,91
commandeur (tevens commandant)
6393
0,00
47,91
commandeur 1e klasse
5221
0,00
52,21
commandeur 1e klasse(tevens commandant)
6954
0,00
52,21
adjunct-hoofdcommandeur
7767
0,00
58,27
Vergoedingentabel betreffende de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 juni 2008
jaarvergoeding
uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.
uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening
aspirant-brandwacht
314
9,71
18,17
brandwacht
314
10,31
19,30
brandwacht 1e klasse
314
11,17
20,99
hoofdbrandwacht
314
12,38
23,21
aspirant-onderbrandmeester
314
10,91
20,45
onderbrandmeester
471
13,66
25,54
brandmeester
471
15,50
29,15
brandmeester (tevens ondercommandant)
2766
0,00
27,66
aspirant-officier
314
13,66
25,54
adjunct-hoofdbrandmeester
2963
0,00
29,63
adjunct-hoofdbrandmeester(tevens commandant)
3962
0,00
29,63
adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse
3339
0,00
33,39
adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse(tevens commandant)
4457
0,00
33,39
hoofdbrandmeester
3716
0,00
37,16
hoofdbrandmeester (tevens commandant)
4946
0,00
37,16
hoofdbrandmeester 1e klasse
4300
0,00
43,00
hoofdbrandmeester 1e klasse (tevens commandant)
5727
0,00
43,00
commandeur
4896
0,00
48,96
commandeur (tevens commandant)
6534
0,00
48,96
commandeur 1e klasse
5336
0,00
53,36
commandeur 1e klasse(tevens commandant)
7107
0,00
53,36
adjunct-hoofdcommandeur
7938
0,00
49,55
Artikel 19:1:10 Militaire dienst
Lid 1
De vrijwilliger die ingevolge wettelijke verplichting in werkelijke militaire dienst is, wordt geacht niet beschikbaar te zijn.
Lid 2
Indien en voor zover de periode van werkelijke militaire dienst van de vrijwilliger meer dan twee maanden is, heeft hij gedurende deze periode geen recht op de aan zijn rang verbonden vaste vergoeding.
Lid 3
Indien de in het vorige lid bedoelde vrijwilliger uit dien hoofde deelnemer in de zin van het pensioenreglement, geniet hij gedurende de in dat lid bedoelde periode de aan zijn rang verbonden vaste vergoeding tot een bedrag dat gelijk is aan het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenpremie.
Artikel 19:1:11 Bevordering
De bevordering conform het Besluit brandweerpersoneel (Stb. 1991, 276) geschiedt door het college. In het bevorderingsbesluit dienen in ieder geval de nieuwe rang en de daaraan verbonden vergoeding te worden vermeld.
Artikel 19:1:12 Aanspraken bij ongeval
Lid 1
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder ongeval en arbeidsongeschiktheid, hetgeen daaronder wordt verstaan in de door de gemeente ter zake gesloten ongevallenverzekering.
Lid 2
De vrijwilliger wordt bij indiensttreding in kennis gesteld van de bepalingen van de door de gemeente te zijnen behoeve gesloten ongevallenverzekering.
Lid 3
Wijzigingen in de in het tweede lid bedoelde bepalingen worden tijdig vóór de inwerkingtreding aan de vrijwilliger medegedeeld.
Artikel 19:1:13 Aanspraken bij ongeval
Lid 1
De vrijwilliger die arbeidsongeschikt is, welke ongeschiktheid blijkens een geneeskundig onderzoek het gevolg is van een ongeval ontstaan in verband met de vervulling van zijn betrekking, heeft aanspraak op een uitkering indien en voor zover de in artikel 19:1:12 , tweede lid, bedoelde verzekering dit regelt.
Lid 2
De in artikel 19:1:12 , tweede lid, bedoelde verzekering bevat in ieder geval de volgende bepalingen:
• bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt de eventuele restcapaciteit gedurende de eerste twee jaar buiten beschouwing gelaten;
• bij blijvende arbeidsongeschiktheid bestaat aanspraak op een uitkering ineens.
Lid 3
De vrijwilliger heeft behoudens artikel 19:1:15 geen aanspraak op enige vergoeding ten laste van de gemeente ter zake van een ongeval.
Artikel 19:1:14 Aanspraken bij ongeval
Indien een vrijwilliger ten gevolge van een ongeval, ontstaan in verband met de vervulling van zijn betrekking, komt te overlijden, hebben diens nagelaten betrekkingen aanspraak op een uitkering volgens de bepalingen van de door de gemeente ter zake gesloten ongevallenverzekering.
Artikel 19:1:15 Aanspraken bij ongeval
Lid 1
In geval van een ongeval, ontstaan in verband met de vervulling van zijn betrekking, worden de vrijwilliger de te zijnen laste blijvende naar het oordeel van het college noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging vergoed tot ten hoogste het bedrag waarvoor de gemeente zich ter zake heeft verzekerd.
Lid 2
Het college kan in de gevallen, waarin de in het eerste lid bedoelde kosten het bedrag waarvoor de gemeente zich ter zake heeft verzekerd te boven gaan, een tegemoetkoming in de hogere kosten verlenen.
Artikel 19:1:16 Aanspraken bij ongeval
Indien geen sprake is van een ongeval doch wel van een ziekte welke is ontstaan of verergerd in verband met de vervulling van de betrekking, stelt het college ter zake een uitkering vast voor zover de verzekering daar niet in voorziet.
Artikel 19:1:17 Aanspraken bij ongeval
Onder vrijwilliger, bedoeld in de artikelen 19:1:14 , 19:1:15 en 19:1:16 wordt mede begrepen de gewezen vrijwilliger, voor zover deze de leeftijd zoals bedoeld in artikel 19:1:38 , tweede lid, sub b, nog niet heeft bereikt. Artikel 19:1:13 is eveneens van toepassing op de gewezen vrijwilliger tot het in artikel 19:1:38 , tweede lid, sub b genoemde tijdstip indien hij blijvend arbeidsongeschikt is.
Artikel 19:1:18 Overige rechten en verplichtingen
De vrijwilliger is gehouden zijn werkzaamheden nauwgezet en ijverig te verrichten en zich ook overigens te gedragen zoals een goed vrijwilliger betaamt.
Artikel 19:1:19 Overige rechten en verplichtingen
De vrijwilliger is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet, bij instructie of bij besluit van het college is voorgeschreven.
(
Artikel 19:1:20 Overige rechten en verplichtingen
Lid 1
De vrijwilliger is verplicht:
• deel te nemen aan oefeningen, bijeenkomsten en cursussen;
• wacht-, consignatie- en bewakingsdiensten te verrichten.
Lid 2
De kosten verbonden aan het volgen van cursussen, het deelnemen aan examens, het bijwonen van bijeenkomsten gericht op de beroepsuitoefening, alle voor zover betrekking hebbend op het vervullen van de brandweertaak, komen ten laste van de gemeente.
Artikel 19:1:21 Overige rechten en verplichtingen
Het is de vrijwilliger verboden, behoudens toestemming verleend door of namens het college in bijzondere gevallen, ten eigen bate aan de gemeente toebehorende eigendommen te gebruiken.
Artikel 19:1:22 Overige rechten en verplichten
H et is aan de vrijwilliger verboden:
• vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen, anders dan met toestemming van het college;
• steekpenningen aan te nemen.
Artikel 19:1:23 Overige rechten en verplichtingen
Indien de vrijwilliger niet beschikbaar kan zijn, is hij verplicht daarvan, onder opgave van redenen, zo tijdig mogelijk mededeling te doen aan de commandant.
Artikel 19:1:24 Overige rechten en verplichtingen
Lid 1
De vrijwilliger is verplicht tijdens zijn werkzaamheden de door of namens het college voorgeschreven dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen.
Lid 2
De dienstkleding en uitrustingsstukken worden van gemeentewege kosteloos in bruikleen verstrekt aan de vrijwilliger, die bij ontslag verplicht is deze bij de commandant in te leveren.
Lid 3
De vrijwilliger draagt zorg voor het onderhoud van de hem in bruikleen verstrekte dienstkleding en uitrustingsstukken en hij is verplicht deze te doen onderwerpen aan de inspectie en controle door of namens de commandant.
Lid 4
Reparatie aan de dienstkleding en uitrustingsstukken geschiedt van gemeentewege.
Lid 5
Als uitgaansuniformkleding van de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer geldt de voor het rijksbrandweerpersoneel voorgeschreven uitgaansuniformkleding.
Artikel 19:1:25 Overige rechten en verplichtingen
Het is de vrijwilliger verboden:
• de dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen wanneer hij geen werkzaamheden als vrijwilliger verricht, behalve in de gevallen waarin het college daarvoor toestemming heeft verleend;
• de dienstkleding en uitrustingsstukken aan derden ten gebruike te geven;
• dienstkleding te dragen voorzien van:
• andere rangonderscheidingstekenen dan die verbonden aan de rang welke betrokkene bekleedt;
• insignes en andere onderscheidingstekenen, tenzij tot het dragen daarvan hetzij van regeringswege, hetzij door het college, toestemming is verleend.
Artikel 19:1:26 Gebruik motorrijtuig
Het is de vrijwilliger slechts toegestaan een motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te gebruiken ten behoeve van zijn werkzaamheden als vrijwilliger, indien en voor zover hem daartoe door of namens het college toestemming is verleend.
Aan deze toestemming kunnen bepaalde voorwaarden worden verbonden.
Artikel 19:1:27 Schadevergoeding
Lid 1
De vrijwilliger kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van door de gemeente geleden schade, voor zover deze aan zijn schuld of nalatigheid is te wijten.
Lid 2
De vrijwilliger wordt in de gelegenheid gesteld ten aanzien van de wijze van inhouding van de schadevergoeding op zijn vergoeding zijn wensen kenbaar te maken.
Artikel 19:1:28 Schadevergoeding
A an de vrijwilliger wordt de schade van aan hem toebehorende kleding en uitrusting vergoed, welke hij buiten zijn schuld of nalatigheid lijdt ten gevolge van de door hem verrichte werkzaamheden, voor zover de schade niet bestaat uit normale slijtage van die goederen.
Artikel 19:1:29 Schadevergoedinig
Het college kan bepalen in welke niet elders voorziene gevallen schadeloosstelling en vergoeding van kosten zullen worden verleend.
Artikel 19:1:30 Disciplinaire maatregelen
Lid 1
De vrijwilliger die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan deswege disciplinair worden gestraft.
Lid 2
Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed vrijwilliger in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.
Artikel 19:1:31 Disciplinaire maatregelen
Lid 1
De disciplinaire straffen welke kunnen worden toegepast, zijn:
• schriftelijke berisping;
• inhouding van een deel der vaste vergoeding als bedoeld in bijlage VI;
• schorsing al dan niet met inhouding van de vergoeding;
•
ongevraagd ontslag.
Lid 2
De straffen worden door het college opgelegd.
Artikel 19:1:32 Disciplinaire maatregelen
Lid 1
De verantwoording door de vrijwilliger geschiedt, indien deze niet schriftelijk plaatsvindt, ten overstaan van het college of ten overstaan van een door het college aangewezen vertegenwoordiger. De verantwoording vindt niet eerder dan 6 maal 24 uur en niet later dan 12 maal 24 uur plaats. Op verzoek van de vrijwilliger kan van deze termijnen worden afgeweken.
Lid 2
Geschiedt de verantwoording mondeling, dan wordt daarvan binnen 36 uur proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door hem te wiens overstaan de verantwoording heeft plaatsgehad en door de vrijwilliger. Weigert de vrijwilliger de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding der redenen melding gemaakt.
Een afschrift van het proces-verbaal wordt de vrijwilliger uitgereikt.
Lid 3
Indien de vrijwilliger zulks verlangt, worden hij en zijn raadsman in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten of andere bescheiden welke op de hem ten laste gelegde feiten betrekking hebben.
Artikel 19:1:33 Disciplinaire maatregelen
De vrijwilliger verstrekt het college een ontvangstbewijs van het besluit tot strafoplegging.
Artikel 19:1:34 Disciplinaire maatregelen
De straf bedoeld in artikel 19:1:31 , eerste lid, onder b tot en met d, wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.
Artikel 19:1:35 Schorsing en ontslag
Lid 1
Onverminderd het bepaalde in artikel 19:1:30 kan de vrijwilliger door het college worden geschorst:
• wanneer hem het voornemen tot bestraffing met ongevraagd ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan;
• wanneer tegen hem volgens de ter zake geldende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;
• wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld;
• in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst.
Lid 2
Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval :
• een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat;
• een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur der schorsing.
Artikel 19:1:36 Schorsing en ontslag
Het besluit van het college tot het verlenen van ontslag vermeldt de datum van ingang van het ontslag dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum.
Artikel 19:1:37 Schorsing en ontslag
Lid 1
Indien de vrijwilliger ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend.
Lid 2
Dit ontslag wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.
Lid 3
Indien de vrijwilliger dit verzoekt, kan van het bepaalde in het tweede lid worden afgeweken.
Lid 4
Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de vrijwilliger aanhangig is, of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor een disciplinaire straf, kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.
Artikel 19:1:38 Schorsing en ontslag
Lid 1
Het college verleent de vrijwilliger ongevraagd eervol ontslag op grond van het bereikt hebben van de 55-jarige leeftijd. Dit ontslag gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de leeftijd van 55 jaar is bereikt.
Lid 2
De ingangsdatum van het in het vorige lid bedoelde ontslag kan telkens met een periode van één jaar worden opgeschort, indien zulks door het college in het belang van de dienst wordt geacht en:
• de vrijwilliger zulks heeft verzocht of daarmede instemt; en
• de vrijwilliger blijkens het ingewonnen advies van een door het college aangewezen geneeskundige, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn werkzaamheden te blijven verrichten.
Bedoelde opschorting eindigt in ieder geval op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de leeftijd van 60 jaar is bereikt.
Lid 3
Niettemin kan het college aan de vrijwilliger die tussentijds blijkens het advies van een door het college aangewezen geneeskundige ongeschikt is geworden voor het verder verrichten van werkzaamheden, eervol ontslag verlenen met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin bedoeld advies door het college ter kennis van de vrijwilliger is gebracht.
Artikel 19:1:39 Schorsing en ontslag
Lid 1
Het college kan de vrijwilliger ongevraagd ontslag verlenen op grond van:
• het eindigen van de noodzaak tot beschikbaarstelling of wegens verandering in de organisatie van de gemeentelijke brandweer;
• o nder curatelestelling;
• toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
• onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;
• de omstandigheid dat hij wegens de aard of de plaats van zijn dagelijkse werkzaamheden dan wel de ligging van zijn woning geacht moet worden niet langer in staat te zijn zijn taak bij de brandweer te vervullen;
• onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werkzaamheden op grond van ziekten of gebreken;
• onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werkzaamheden anders dan op grond van ziekten of gebreken.
Lid 2
In de in het eerste lid genoemde gevallen wordt, met uitzondering van het geval bedoeld onder d, het ontslag steeds eervol verleend.
Artikel 19:1:40 Overgangs- en slotbepalingen
Lid 1
De vrijwilliger die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt.
Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de vrijwilliger geacht met ingang van bedoelde datum een vaste aanstelling te hebben ontvangen.
Lid 2
Ontslag op een der gronden genoemd in dit hoofdstuk kan aan de vrijwilliger als bedoeld in het vorige lid, worden verleend met ingang van een datum gelegen vóór de datum waarop hij van rechtswege zou zijn ontslagen.
Artikel 19:1:41 Overgangs- en slotbepalingen
De beslissingen ter uitvoering van dit hoofdstuk worden schriftelijk aan de betrokkene medegedeeld.
Verwijzingen
- Artikel 19
- artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- artikel 19
- artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- artikel 19
- artikel 2
- artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- artikel 3
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- artikel 3
- Artikel 19
- artikel 3
- artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- Artikel 19
- artikel 19
- Artikel 19