Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11:

Artikel 33:

Begrotingsprocedure

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling uitvoeringsorganisatie Baanbrekers

Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het Algemeen Bestuur stelt -vóór 1 juli -de werkbegroting voor het volgende jaar vast. Het Dagelijks Bestuur stelt de ontwerpbegroting, vergezeld van een memorie van toelichting, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming) op en zendt deze aan de raden van de deelnemende gemeenten uiterlijk negen weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 4. a. De gemeentebesturen leggen de ontwerpbegroting twee weken ter inzage en stellen haar tegen betaling van de kosten verkrijgbaar; Van de ter inzage legging en verkrijgbaarstelling geschiedt van gemeentewege openbare kennisgeving; Behandeling in de gemeenteraad kan niet eerder plaatsvinden dan na verloop van twee weken na de onder a genoemde periode. Indien de raad van een deelnemende gemeente omtrent de ontwerpbegroting aan het Dagelijks Bestuur van zijn gevoelen heeft doen blijken, hetgeen dient te geschieden vóór eind juni, voegt dit bestuur de ontvangen commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Indien de begroting wordt vastgesteld in afwijking van de ontwerpbegroting zendt het Algemeen Bestuur de vastgestelde begroting naar de raden der deelnemende gemeenten, die ter zake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken. Indien de begroting wordt vastgesteld overeenkomstig de ontwerpbegroting, doet het Algemeen Bestuur daarvan mededeling aan de raden der deelnemende gemeenten, die ter zake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken. Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde begroting toe aan Gedeputeerde Staten binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Indien de begroting ingevolge artikel 203 van de Gemeentewet goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft, wordt na ontvangst van het bericht van goedkeuring of onthouding van goedkeuring de raden der deelnemende gemeenten hiervan in kennis gesteld. Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde in de voorafgaande leden van dit artikel voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. De artikelen 189 en 208 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Af- en overschrijvingen op de posten der begroting van uitgaven kunnen geschieden voor zover daartoe bij de vaststelling of bij een afzonderlijk besluit door het Algemeen Bestuur machtiging is verleend. De in dit artikel neergelegde procedure is niet van toepassing op die wijzigingen van de begroting, welke niet leiden tot een verhoging van de bijdrage der deelnemende gemeenten. Jaarlijks worden, uiterlijk 1 maart, in overleg met de deelnemende gemeenten de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken. De directeur van de dienst neemt hiertoe het initiatief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel