1. De belasting als bedoeld in artikel 2 lid a en b wordt geheven van
degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect
is aangesloten op de gemeentelijke riolering; 2. Met betrekking tot de
belasting als bedoeld in lid 1 wordt, ingeval het perceel een onroerende
zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in
de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
is. 3. De belasting als bedoeld in artikel 2 lid c wordt geheven van de
rechthebbende als bedoeld in de Aansluitverordening riolering gemeente
Blaricum 2012.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing