In dit besluit wordt verstaan onder:
eerste bewonersvergunning: de
eerst verleende vergunning indien er geen sprake is van een
parkeerplaats op eigen terrein of een
belanghebbendenparkeerplaats ten behoeve van de aanvrager;
tweede bewonersvergunning: een
verleende vergunning voor een tweede motorvoertuig indien er
tevens een eerste vergunning is verleend of de eerste vergunning
niet is verleend, omdat er sprake is van een parkeerplaats op
eigen terrein of een belanghebbendenparkeerplaats ten behoeve
van de aanvrager;
derde bewonersvergunning: een
verleende vergunning voor een derde motorvoertuig indien er
tevens een eerste en tweede vergunning zijn verleend of een
verleende vergunning wanneer alleen een tweede vergunning is
verleend of een eerste en tweede vergunning niet zijn verleend,
omdat er sprake is van één of twee parkeerplaatsen op eigen
terrein en/of belanghebbendenparkeerplaatsen ten behoeve van de
aanvrager;
eerste zakelijke vergunning: de
eerst verleende vergunning indien geen sprake is van een
parkeerplaats op eigen terrein of belanghebbendenparkeerplaats
ten behoeve van de aanvrager;
tweede zakelijke vergunning: een
verleende vergunning voor een tweede motorvoertuig indien er
tevens een eerste vergunning is verleend of de eerste vergunning
niet is verleend, omdat er sprake is van een parkeerplaats op
eigen terrein of een belanghebbendenparkeerplaats ten behoeve
van de aanvrager;
derde zakelijke vergunning: een
verleende vergunning voor een derde motorvoertuig indien er
tevens een eerste en tweede vergunning zijn verleend of een
verleende vergunning wanneer alleen een tweede vergunning is
verleend of een eerste en tweede vergunning niet zijn verleend,
omdat er sprake is van twee parkeerplaatsen op eigen terrein
en/of belanghebbendenparkeerplaatsen ten behoeve van de
aanvrager;
buitenschilgebied: het bij besluit
van het college aanwezen gebied gelegen buiten het centrum- en
het schilgebied overeenkomstig de bij dat besluit behorende
tekening(en);
buitenschil BKN-gebied: het bij
besluit van het college aanwezen gebied gelegen buiten het
centrum- en het schilgebied overeenkomstig de bij dat besluit
behorende tekening(en);
centrumgebied: het bij besluit van
het college als zodanig aangewezen gebied overeenkomstig de bij
dat besluit behorende tekening(en);
houder: degene die naar de
omstandigheden als houder van een voertuig moet worden
beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is
ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb.
1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als
houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
het register was ingeschreven.
Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd:
degene die gebruik maakt van een leaseauto, zoals blijkt
uit een verklaring ter zake van de kentekenhouder
(leasemaatschappij);
de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van
zijn werkzaamheden de beschikking heeft over een
voertuig van zijn werkgever, zoals blijkt uit een
verklaring ter zake van de werkgever;
kampeerauto: hetgeen daaronder in
artikel 1.1. van de Regeling tot uitvoering van de hoofdstukken
III en VI van de Wegenverkeerswet 1994 (de Regeling Voertuigen)
wordt verstaan;
kwartaal: een periode van drie
kalendermaanden ingaande op 1 januari, 1 april, 1 juli of op 1
oktober;
parkeerplaats: ruimte -ten behoeve
van het parkeren of stallen- waar met een gangbare personenauto
geparkeerd kan worden, met dien verstande dat daaronder ook
wordt verstaan de ruimte waarvan in een raadsbesluit,
bouwvergunning, omgevingsvergunning, splitsingakte, huur- of
koopovereenkomst is vastgelegd dat deze parkeer- of
stallingsruimte is bedoeld als parkeerplaats;
parkeerplaats op eigen terrein (POET):
een parkeerplaats waarop de aanvrager aanspraak kan
maken op grond van eigendom, erfpacht, huur,
ingebruikgeving of anderszins; of
een parkeerplaats waarop de aanvrager aanspraak kan
maken (al dan niet via een wachtlijst) in een garage of
op een perceel, waarvan in een raadsbesluit, een
bouwvergunning, een omgevingsvergunning, een erfpachts-
of splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst is
vastgelegd dat deze is bedoeld als parkeergelegenheid
voor de woning, dan wel het adres waar de aanvrager
woonachtig is; of
een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door
of vanwege de aanvrager een andere bestemming dan die
van parkeerplaats heeft gekregen.
schilgebied: het bij besluit van
het college als zodanig aangewezen gebied rondom het
centrumgebied overeenkomstig de bij dat besluit behorende
tekening(en);
schrapkaart: kaart waarmee
gedurende een op de kaart omschreven periode geparkeerd kan
worden vanaf de open geschrapte datum en tijdstip;
vergunningenplafond: aantal
vergunningen dat maximaal wordt verleend binnen een
vergunningen(deel)gebied.
Hoofdstuk 1
Artikel 1