Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 4.

Urgentie in verband met ontbinding van het huwelijk, beëindiging van de partnerschapregistratie of verbreken van samenwoning

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013

1.. Geen urgentieverklaring wordt afgegeven wegens het enkele feit dat het huwelijk of de samenwoningsrelatie wordt ontbonden. 2.. Wanneer een urgentieverklaring wordt aangevraagd in verband met omstandigheden die samenhangen met het ontbinden van een huwelijk of een samenwoningsrelatie, wordt geen urgentieverklaring afgegeven aan de aanvrager indien er geen sprake is van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract dat minstens 5 jaar heeft geduurd. 3.. Wanneer een urgentieverklaring wordt aangevraagd in verband met omstandigheden die samenhangen met het ontbinden van een huwelijk of een samenwoningsrelatie wordt geen urgentieverklaring afgegeven aan de aanvrager die wegens onderlinge afspraken met de gewezen partner slechts gedeeltelijk de zorg heeft voor minderjarige kinderen, dan wel slechts de zorg heeft voor één of enkele van de minderjarige kinderen. 4.. Wanneer een urgentieverklaring wordt aangevraagd in verband met omstandigheden die samenhangen met het ontbinden van een huwelijk, wordt de urgentieverklaring op zijn vroegst pas afgegeven nadat door de rechter in verband met het verzoek tot echtscheiding voorlopige voorzieningen zijn getroffen die de aanvrager opdragen de echtelijke woning onverwijld te verlaten. Wanneer dergelijke voorlopige voorzieningen niet worden getroffen, wordt een urgentieverklaring in verband met de ontbinding van een huwelijk op zijn vroegst pas afgegeven nadat de ontbinding van het huwelijk onherroepelijk is geworden. Op een geregistreerd partnerschap is deze bepaling van overeenkomstige toepassing. 5.. Wanneer er een urgentieverklaring wordt aangevraagd in verband met omstandigheden die samenhangen met het ontbinden van een samenwoningsrelatie, wordt de urgentieverklaring op zijn vroegst pas afgegeven nadat het samenlevingscontract is ontbonden. 6.. Geen urgentieverklaring wordt afgegeven aan de aanvrager die als medehuurder het huurrecht van de voormalige echtelijke of gezamenlijk gehuurde woning heeft kunnen opeisen, doch die zulks heeft nagelaten. De aanvrager die zich als medehuurder heeft kunnen laten erkennen, doch zulks heeft nagelaten, wordt voor de toepassing van dit beleid aangemerkt als medehuurder. 7.. Geen urgentieverklaring wordt afgeven aan de aanvrager die als mede-eigenaar van de voormalige echtelijke of gezamenlijke woning heeft nagelaten bij de scheiding en deling van de gezamenlijke boedel deze woning voor zichzelf op te eisen.

Rechtspraak bij dit artikel