Vergunningen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 26,
tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
ingetrokken - nog gedurende een jaar na de inwerkingtreding van deze
verordening van kracht en worden be-schouwd als een aanwijzing bedoeld in
artikel 2 van deze verordening.
10
Ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel
26, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen
of ingetrokken - nog gedurende een jaar na de inwerkingtreding van
deze verordening van kracht en worden be-schouwd als een ontheffing
als bedoeld in deze verordening.
Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijven - indien en voor zover de
bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn
opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende een jaar na de
inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld
in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot
aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening bedoeld
in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot
ontheffing, als bedoeld in deze verordening.
Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
vergunning of onthef-fing bedoeld in het eerste lid, dan wel
voorschrift of beperking bedoeld in het twee-de lid dat voor of na
het tijdstip bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingekomen bin-nen
de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid.
De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid
heeft geen ge-volgen voor de geldigheid van op basis van die
verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en
voor zover de rechtsgrond waarop de aanwij-zingsbesluiten zijn
gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet
eerder zijn vervallen of ingetrokken.