Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 3

Belangenverstrengeling en aanbesteding

Onderdeel van Gedragscode Gemeenteraad Lansingerland 2010

a). Een raadslid doet bij de voorzitter van de raad en de griffier opgave van zijn (financiële) belangen die hij in ondernemingen en organisaties heeft waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt en geeft daarbij aan op welke wijze hij zijn handelen hierop zal afstemmen. De voorzitter van de raad en de griffier maken hiervan melding in het presidium. Van de opgave wordt een openbare registratie bijgehouden. b). Een raadslid maakt tijdig aan de voorzitter van de raad en de griffier kenbaar dat hij (financiële) belangen heeft bij aangelegenheden waarover besluitvorming in de raad aanstaande is. Hij geeft daarbij tevens aan of er sprake zal zijn van tegengestelde belangen die zijn functioneren als raadslid mogelijk belemmeren. Ook geeft hij aan op welke wijze hij zijn handelen hierop zal afstemmen. De voorzitter van de raad en de griffier maken hiervan melding in het presidium. Van de opgave wordt een openbare registratie bijgehouden. c). Bij privaat-publieke samenwerking voorkomt een raadslid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. d). Het raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. e). Het raadslid dat familie–, vriendschap– of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met aanbieders van diensten aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan besluitvorming over de desbetreffende opdracht. f). Bij juridische geschillen fungeert het raadslid niet als (juridisch) adviseur van de tegenpartij. g). Een oud-raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel