**1..** De bestuurlijke boete bedraagt twintig procent van de geldende
bijstandsnorm gedurende één maand die voor de inburgeringsplichtige
geldt of zou gelden, als hij belanghebbende in de zin van de Wet
werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige of de
persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan
vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende
medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25,
vierde lid, van de wet. Het bedrag van de bestuurlijke boete kan
niet hoger zijn dan het maximale bedrag, zoals genoemd in artikel 34
onder a van de wet.
**2..** De bestuurlijke boete bedraagt twintig procent van de geldende
bijstandsnorm gedurende één maand die voor de inburgeringsplichtige
geldt of zou gelden, als hij belanghebbende in de zin van de Wet
werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige geen of
onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem
vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste
lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 5 van
deze verordening. Het bedrag van de bestuurlijke boete kan niet
hoger zijn dan het maximale bedrag, zoals genoemd in artikel 34
onder b van de wet.
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt het maximale bedrag zoals genoemd in
artikel 34 onder c van de wet, indien de inburgeringsplichtige niet
binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of
binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid,
onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen of
staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald
heeft behaald.
Hoofdstuk 4.
Artikel 10
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering 2013 gemeente Delft