Deze verordening verstaat onder:
alleenstaande: de alleenstaande als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a. van de wet;
bestuurlijke boete: boete als bedoeld in artikel 18a Wet werk en bijstand
college: het college van burgemeester en wethouders;
gezin: het gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c van de wet;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’; een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op de langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;
kind: het ten laste komende kind als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder e. van de wet;
maatregelverordening: Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2013;
norminkomen: 110% van de op de belanghebbende(n) van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 2 van de wet, inclusief eventuele toeslagen en verlagingen op grond van hoofdstuk 3, paragraaf 3 van de wet;
peildatum: de datum waarop op enig moment het recht op het persoonlijk minimabudget ontstaat, voor zover die datum niet ligt voor de datum van aanvraag van het persoonlijk minimabudget;
persoonlijk minimabudget: de langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet;
referteperiode: een periode van 12 aaneengesloten maanden voorafgaand aan de peildatum;
wet: de Wet werk en bijstand;
WSF: Wet Studiefinanciering 2000;
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2014