Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015

Deze verordening verstaat on¬der: alleenstaande: de alleenstaande als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a. van de wet; bestuurlijke boete: boete als bedoeld in artikel 18a van de wet; gezin: het gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c van de wet ; inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’; kind: het ten laste komende kind als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder e. van de wet; afstemmingsverordening: Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2015; norminkomen: 110% van de op de belanghebbende(n) van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 2 van de wet, inclusief eventuele toeslagen en verlagingen op grond van hoofdstuk 3, paragraaf 3 van de wet; peildatum: de datum waarop op enig moment het recht op het persoonlijk minimabudget ontstaat, voor zover die datum niet ligt voor de datum van aanvraag van het persoonlijk minimabudget; persoonlijk minimabudget: de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet; referteperiode: een periode van 12 aaneengesloten maanden voorafgaand aan de peildatum; wet:Participatiewet; WSF: Wet Studiefinanciering 2000; WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel