In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in IV van de bij deze
verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee
gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
maanden later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag
van de op één aanslagbiljetverenigde aanslagen, zoals bedoeld in
hoofdstuk IV van de bij deze verordening behorende tarieventabel
minder is € 3.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door een
automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval
moeten de aanslagen worden betaald in e opeenvolgende gelijke,
met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse
termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening
van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens
een maand later;
In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de
marge (meer dan € 100,- maar minder dan € 3.500,-) van lid 2
vallen en die door een automatische betalingsincasso van de
betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
afgeschreven in dezelfde termijnen afgeschreven zoals in lid
één;
Vervallen
De rechten bedoeld in hoofdstuk VI van de bij deze verordening
behorende tarieventabel moeten worden betaald:
indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van
de kennisgeving;
indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één
maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.
Vervallen.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
onderdeel c., van de Invorderingswet 1990 met een
belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige
toepassing.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.