Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 10.

Indeling in categorieën

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand

Gedragingen van de uitkeringsgerechtigde inhoudende het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting op grond van artikel 9 van de Wwb worden onderscheiden in vier categorieën: Eerste categorie:Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering verlaagd met 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van deze registratie; Tweede categorie:Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering verlaagd met 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding; Derde categorie: Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering verlaagd met 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand: gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, of aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen; het niet of in onvoldoende mate nakomen van de verplichting tot gebruikmaken van geboden re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of participatie voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voor voortijdige beëindiging van het re-integratietraject. Vierde categorie: Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.

Rechtspraak bij dit artikel