Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 24.

Nadere begrenzing recht op woonvoorzieningen

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo gemeente Weert 2013

De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; de woonvoorziening aangevraagd en de persoon met beperkingen geen of onvoldoende eigen verantwoordelijkheid heeft genomen. Daarbij kan het college rekening houden met de leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie; de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, uitsluitend voor zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft; verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet bestemd of geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden; de aanvrager verhuisd is naar een op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende instelling; in de te verlaten woonruimte geen problemen zijn ondervonden met het normale gebruik van de woning; de beperkingen niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de aangevraagde voorzieningen het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw, zoals omschreven in het Bouwbesluit 2012 te boven gaat; het betreft het treffen van voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten in woongebouwen, die recent gebouwd zijn en na 1-1-2010 worden opgeleverd, en waarmee bij de bouw op eenvoudige wijze en zonder aantoonbare meerkosten rekening kan worden gehouden of had kunnen worden gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel