**1..** Het college kan een besluit, genomen bij of krachtens deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening;
op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;
niet is voldaan aan de verplichtingen die gelden ten aanzien van de verantwoording van de besteding van het een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget;
blijkt dat gedurende een periode van meer dan zes maanden geen gebruik is gemaakt van de verstrekte voorziening;
anderszins de tegemoetkoming of persoonsgebonden budget ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
**2..** Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in het eerste lid, wordt het besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget ingetrokken met ingang van de dag waarop de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget.
**3..** Bij overlijden van de budgethouder eindigt het persoonsgebonden budget uiterlijk op de eerste dag van de maand volgend op de maand van overlijden tenzij aantoonbaar kan worden gemaakt dat al voor een langere periode verplichtingen zijn aangegaan.
**4..** Bij overlijden van de rechthebbende eindigt de periodieke financiële tegemoetkoming op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de rechthebbende is overleden.
**5..** Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 8.
Artikel 38.
Intrekking en beëindiging besluit verstrekking individuele voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo gemeente Weert 2013