Aan een aanwezigheidsvergunning worden op grond van artikel 30d van de Wet de navolgende voorschriften en beperkingen verbonden:
Er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h van de Wet, eerste lid, bedoelde vergunning;
de vergunninghouder draagt zorg voor een beleid ter voorkoming van kansspelverslaving;
Aan een aanwezigheidsvergunning worden verder in ieder geval de navolgende voorschriften en beperkingen verbonden, welke voorschriften zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken:
Een kansspelautomaat dient zodanig te worden geplaatst dat effectief toezicht is gegarandeerd;
in de inrichting dient voldoende voorlichtingsmateriaal over de gevaren van overmatig gokken aanwezig te zijn;
de aanwezigheidsvergunning dient op een duidelijke zichtbare plaats bewaard te worden;
er mag geen reclame voor kansspelautomaten in een hoogdrempelige inrichting worden gemaakt;
de vergunninghouder van een vergunning als bedoeld in artikel 11, derde lid van deze verordening, stelt met betrekking tot de speelautomaten in het kader van de productdifferentiatie en op grond van het bepaalde in artikel 30n van de Wet jo artikel 13 van het Speelautomatenbesluit een “ideale mix” op, garandeert de door de gemeenteraad beoogde en in de beleidsstukken opgetekende kwaliteit in zijn concept, alsmede geeft inhoud aan de door de gemeenteraad -in vergadering bijeen op 19 december 2013 vastgestelde uitgangspunten.
Indien de ondernemer op een deugdelijke wijze aantoont dat een - uit bedrijfseconomisch oogpunt - redelijke exploitatie van de speelautomatenhal niet mogelijk is, kan de burgemeester, in afwijking van artikel 4, derde lid, toestaan dat een groter aantal speelautomaten in de speelautomatenhal wordt geplaatst, dan wel wordt gekozen voor een andere mix van speelautomaten, waartoe een gemotiveerd verzoek door de ondernemer zal worden ingediend.