De opsporing van de in artikel 14 van deze verordening strafbaar gestelde feiten is, behalve aan de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, toegekend aan de buitengewoon opsporingsambtenaren die door de burgemeester met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast en die door de burgemeester zijn aangewezen.