Naar hoofdinhoud
1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering en zorgt voor de handhaving van de orde in die vergadering. 2. De voorzitter kan de commissie voorstellen een commissielid of een andere aanwezige, die door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, voor de duur van de vergadering de toegang te ontzeggen. 3. Bij herhaling van de in lid 2 bedoelde gedragingen kan de voorzitter de commissie voorstellen het commissielid of een andere aanwezige voor bepaalde tijd, doch niet langer dan vijf vergaderingen, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. 4. Over de in lid 2 en 3 bedoelde voorstellen wordt niet beraadslaagd. Bij aanneming van het voorstel moet de persoon die het aangaat, de vergadering onmiddellijk verlaten. Bij weigerachtigheid doet de voorzitter hem of haar verwijderen.

Rechtspraak bij dit artikel