Naar hoofdinhoud

Afdeling I

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Parkeerverordening Ouder-Amstel 2014

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in lid 2 van artikel 225 van de Gemeentewet. bedrijf: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht c.q. de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep, c.q. een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college van burgemeester en wethouders is gelijkgesteld; alles met dien verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond. college: het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente Ouder-Amstel. RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459. houder van een motorrijtuig: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of vruchtgebruik (lease) onder zich heeft. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990. openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan. parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg. parkeerbelasting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225 van de Gemeentewet. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend. vergunningperiode: een periode van 6 maanden waarin de parkeervergunning geldig is, startend op 1 april en 1 oktober. zelfstandige woonruimte: woonruimte achter één eigen afsluitbare toegang, die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Voor deze verordening wordt onder zelfstandige woonruimte tevens verstaan: woonboten op een reguliere plaats. werkdag: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel