Voor de berekening van de subsidie gelden de volgende grondslagen:
1.een bedrag per vereniging, afhankelijk van het aantal leden:
Bij 20 tot 50 leden € 250,00
Bij 50 tot 100 leden € 400,00
Bij 100 leden en meer € 500,00
een normbedrag per jeugdlid van € 9,00
een bedrag ten behoeve van jeugdtrainers en kadervorming gebaseerd op de werkelijke kosten die zijn opgegeven bij de subsidieaanvraag.
Jaarlijks is er een budget beschikbaar ten behoeve van jeugdtrainers en trainers voor ouderenactiviteiten. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de werkelijke kosten.
Subsidiabele kosten zijn:
de kosten van jeugdtrainers (salaris/vrijwilligersvergoeding);
de kosten van trainers specifiek voor ouderenactiviteiten (salaris/vrijwilligersvergoedingen);
Jaarlijks is er een budget beschikbaar ten behoeve van kadervormingskosten. Ook dit bedrag wordt verdeeld op basis van de werkelijke kosten.
Subsidiabele kosten zijn:
de kosten van cursussen gericht op de vrijwilligers die voor de instelling actief zijn en die zich bezighouden met: het geven van trainingen, begeleiding jeugdteams en -activiteiten, bestuurszaken, beheer van de accommodatie (inclusief de kantine); kantinediensten, EHBO en hartreanimatie.
een normbedrag per lid van € 35,00 voor accommodatiekosten zwemverenigingen;
in afwijking van lid 1, 2 en 3 ontvangen ijsverenigingen een normbedrag van € 500,00.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Beleidsregel subsidiëring instellingen op het terrein van de sport Berkelland 2010