Naar hoofdinhoud

Artikel 7

RECHT VAN INZAGE BEELDINFORMATIE

Onderdeel van Reglement Camerabewaking interne dienstverlening

Het verstrekken van beeldinformatie aan derden, anders dan Politie of Officier van Justitie, geschiedt ter beoordeling van de gemeentesecretaris en alleen als dit verenigbaar is met het doel van het cameratoezicht en uitsluitend met inachtneming van de bepalingen in de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Een verzoek tot inzage dient schriftelijk te worden ingediend aan de gemeentesecretaris. De beheerder adviseert, na weging van de belangen, schriftelijk aan de gemeentesecretaris binnen vijf werkdagen op de aanvraag. De uitvoering wordt tevens na besluit opgepakt door de beheerder. De inzage van het beeldmateriaal vindt plaats in het bijzijn van de beheerder of zijn vervanger, na het tekenen van een verklaring van inzage, en zoals omschreven in artikel 3.3. Degenen van wie beelden zijn vastgelegd (betrokkene), hebben in beginsel recht op inzage van het beeldmateriaal. De betrokkene die inzage krijgt, krijgt dat in beginsel tenzij dit op grond van de Wbp danwel enig ander wettelijk voorschrift niet is toegestaan/uitgesloten. Zij moeten hiervoor schriftelijk een verzoek indienen bij de gemeentesecretaris, welke na akkoord opdracht geeft tot uitvoering aan de beheerder. De beheerder geeft binnen vijf tot tien werkdagen schriftelijk gehoor aan een verzoek dan wel gemotiveerd een weigering tot opgave. De verzoeker dient zich vooraf te kunnen legitimeren ten overstaan van de beheerder. Een verzoek tot inzage van een advocaat, in het kader van een strafproces en ter verdediging van een cliënt, wordt afgedaan in overleg met de Officier van Justitie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel