Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget kan
worden geweigerd indien:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek
duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat
dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met
een persoonsgebonden budget;
eerder willens en wetens misbruik is gemaakt van een
persoonsgebonden budget.
doelmatigheidsoverwegingen.
De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de
budgethouder aan het college vindt plaats in alle gevallen na
aanschaf van een hulpmiddel of voorziening, na afloop van de
verstrekking of in het geval van hulp bij het huishouden na
afloop van elk kwartaal. Iedere budgethouder dient hiertoe de
volgende stukken aan te leveren:
- de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
- een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening;
- in het geval van hulp bij het huishouden, een overeenkomst HbH
tussen de budgethouder en de hulpverlener, een overzicht van de
salarisadministratie met bewijsmiddelen. De budgethouder zal
hierbij het geld aan de hulpverlener per bank/giro moeten
overmaken;
- indien van toepassing, bij hulp bij het huishouden,
bewijsstukken dat gebruik wordt gemaakt van een professionele
zorgorganisatie (gesloten overeenkomst en betalingsbewijzen).
Controle over deze verantwoording vindt steekproefsgewijs plaats
door het college. Er wordt gecontroleerd of het persoonsgebonden
budget besteed is aan het doel waarvoor het is verstrekt. Is het
persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan het
college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug
vorderen.
Om de budgethouder volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het
persoonsgebonden budget dient te worden aangeschaft en aan welke
vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt
een zo nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de
beschikking gevoegd. Wordt dan toch een voorziening aangeschaft
die niet aan het programma van eisen voldoet, dan is gehandeld
in strijd met de beschikking. In het geval van hulp bij het
huishouden zal de ingezette hulp voor type HbH 2 en HbH 3 van
gelijkwaardig niveau moeten zijn als de natura-variant. Zie voor
een nadere uitwerking ook de beleidsregels.
Het deel van het toegekende persoonsgebonden budget dat niet
wordt besteed aan de geïndiceerde hulp bij het huishouden of
voorziening, wordt niet uitgekeerd, of dient te worden
terugbetaald aan de gemeente.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Regels rond verstrekking en verantwoording
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2014