Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, waar een
eigen bijdrage voor is verschuldigd, wordt vastgesteld op basis
van de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening
in natura bij de door de gemeente gecontracteerde leverancier en
kan op declaratiebasis worden verhoogd met een bedrag voor
onderhoud en reparatie, gebaseerd op het bedrag voor onderhoud
en reparatie dat de gemeente betaalt voor een dergelijke
voorziening die in natura wordt verstrekt. Binnen de
natura-variant zijn er per voorziening meerdere mogelijkheden
met hieraan verschillende tarieven verbonden. Om de tegenwaarde
van de goedkoopst compenserende voorziening in natura te kunnen
bepalen is daarom vaak een passing nodig bij de leverancier. Op
het moment dat de budgethouder een passing weigert wordt er van
uitgegaan dat de goedkoopste voorziening binnen de
natura-variant-mogelijkheden adequaat is zodat het Pgb-bedrag
hierop wordt afgestemd.
Hoofdstuk 5.
Artikel 6.
persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2014