De wettelijke onderhoudsplicht van de ex–echtgenoot en ex–geregistreerde partner, hierna tezamen ex-partner genoemd, wordt vastgesteld met inachtneming van de volgende (beperkende) niet-financiële factoren:
Er is slechts sprake van een verhaalsbevoegdheid jegens de ex-partner indien er sprake is van causaal verband tussen de echtscheiding en de bijstandsbehoefte van de ex-partner. Bij de vaststelling van het causaal verband wordt de doelstelling van de WWB – werk vóór inkomen - in acht genomen. Naast de inspanning met betrekking tot arbeidsinschakeling van de bijstandsontvangende, worden ook de inspanningen van de gemeente hiertoe beoordeeld.
Indien er sprake is van een kinderloos huwelijk, wordt de verhaalstermijn gelijkgesteld aan de helft van de duur van het huwelijk.
Indien er sprake is van een huwelijk waaruit kinderen zijn geboren, en deze verblijven niet bij bijstandsontvangende, wordt de duur van verhaal met betrekking tot de ex-partner beperkt tot de helft van de duur van het huwelijk.
In alle gevallen wordt de duur van verhaal met betrekking tot de ex-partner beperkt tot de duur van 5 jaar, te rekenen na de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de Burgerlijke Stand.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 3.
Verdere beperking verhaalsbevoegdheid
Onderdeel van Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand 2013