Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Buitenlandse dienstreis

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders 2010

1.. De wethouder, die het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis te maken, heeft hiervoor toestemming nodig van het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad wordt van het besluit van het college van burgemeester en wethouders op de hoogte gesteld. 2.. De wethouder die het voornemen voorlegt aan het college van burgemeester en wethouders, geeft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de omvang en de aard van het gezelschap en de geraamde hoogte van de kosten. 3.. Als de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 4.. Voor het meereizen van de partner van de wethouder op kosten van de gemeente, dient de wethouder vooraf toestemming te verkrijgen van het college. Het meereizen van de partner moet worden aangegeven bij de aanvraag. 5.. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is wel toegestaan onder de voorwaarde dat dit wordt vermeld bij de aanvraag. 6.. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis in verband met vakantie is wel toegestaan onder de voorwaarde dat dit is opgenomen in de aanvraag. De extra verblijfkosten komen volledig voor rekening van de wethouder. 7.. Van alle buitenlandse reizen wordt een verantwoordingsverslag opgemaakt en gepubliceerd op de gemeentelijke website.

Rechtspraak bij dit artikel