Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Algemene regels, uitzonderingen

Onderdeel van Algemeen mandaatbesluit SSC DeSom 2014

1.. Het mandaat omvat naast het nemen en ondertekenen van besluiten, tevens het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals: het verstrekken van mondelinge en/of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard; het verzenden van ontvangstbewijzen; het voeren van overige correspondentie; het vragen van adviezen en inwinnen van inlichtingen; het verzorgen van publicaties. 2.. De gemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld in de bijgevoegde mandaatlijsten, tenzij: advies nodig is van andere afdelingen/instellingen en het verkregen advies niet aansluit op respectievelijk niet tot dezelfde conclusie leidt als het eigen standpunt; het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, richtlijnen, voorschriften en dergelijke; de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen. 3.. Indien zich een of meer van de onder a tot en met c omschreven situaties voordoet, dan besluit het ter zake bevoegde bestuur. 4.. Indien het besluit overschrijding van budgetten of kredieten zou inhouden of indien vóór het nemen van het besluit zienswijzen of bedenkingen hiertegen naar voren zijn gebracht, wordt in overleg met het bestuur beoordeeld of gebruik kan worden gemaakt van het mandaat. 5.. Een gemandateerde maakt geen gebruik van zijn bevoegdheid in het geval hij weet of vermoed dat de beslissing betrekking heeft op een politiek gevoelige zaak, een groot financieel risico met zich brengt of een bestuurlijk afbreukrisico kent.

Rechtspraak bij dit artikel