**1..** Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Dit geldt ten aanzien van de woonruimtes die de belanghebbende daadwerkelijk in gebruik heeft of gaat nemen voor de elementaire woonfuncties. Daarbij kan worden gedacht aan de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon evenals de toe- en doorgankelijkheid van deze vertrekken.
**2..** Dit artikel is niet van toepassing op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.
**3..** Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling vindt in ieder geval plaats indien de aanpassing van de woning een bedrag van € 6000,- te boven gaat. Voor zover deze mogelijkheid beschikbaar en bruikbaar is, wordt ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden.
**4..** Met het oog op het normale gebruik van de woning kan, als de mogelijkheden genoemd in artikel 8 of lid 3 geen adequate compensatie bieden, een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning waar de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft.
**5..** Er kan een woonvoorziening getroffen worden voor het logeerbaar maken van één woonruimte in de gemeente Nijmegen indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling. Verstrekking van de woonvoorziening vindt plaats tot een door het college in het Financieel Besluit vastgesteld maximumbedrag. Onder logeerbaar maken wordt verstaan dat de aanvrager de woning, de woonkamer, de badkamer, de slaapkamer en een toilet kan bereiken en gebruiken.
**6..** De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit artikel wordt geweigerd indien:
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;
de belanghebbende niet verhuisd is naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijke toestemming is verleend door het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte;
de belanghebbende voor het eerst verhuist naar een zelfstandige woonruimte, verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is gedurende het gehele jaar bewoon te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden;
de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning;
de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter aanpassing aan de eisen van de tijd.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 2.
Artikel 10.
Wonen in een geschikt huis
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2014