**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand: hakhout, een houtsingel, één of meer bomen, een grotere (>1000 m2) beplanting van bomen en struiken (bosachtig karakter);
hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die periodiek (minimaal één keer in de 10 jaar) worden geveld, ter verkrijging van nieuwe twijgen en dunne stammen;
dunning: velling ter bevordering van de groei en instandhouding van de houtopstand, gelijk aan een vorm van bosbeheer, waarbij periodiek 25% tot maximaal 60% van het areaal wordt geveld en waarbij de kronen zich na drie jaar weer sluiten;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 cm of een stamomtrek van minimaal 70 cm op 1,3 meter hoogte vanaf het maaiveld gemeten. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede of stamomtrek van de dikste stam.
monumentale boom: boom die op grond van nationaal bepaalde criteria op een specifieke lijst is geplaatst;
hoofdgroenstructuur: het op kaarten aangeduide openbare profiel van ontsluitings- en lintwegen, dijken/dijklichamen, buurt/wijkparken en watergangen, gelegen binnen de bebouwde kom;
boomwaarde: de waarde van de boom vastgesteld conform de landelijk algemeen geaccepteerde methode;
landbouwgronden: gronden als bedoeld in artikel 1 van de Landbouwwet;
knotten/kandelabersnoei: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen, als periodiek noodzakelijk onderhoud. Het drastisch inkorten van de kroon, de stam tot op betrekkelijk grote hoogte ontdoen van takken, of de top uit een boom zagen, is geen knotten of kandelabersnoei, maar staat gelijk aan vellen, als bedoeld in het navolgende lid;
particulier perceel: het stuk grond zoals deze is gelegen tussen de kadastrale grenzen waarvan de eigenaar iemand anders is dan de overheid of een semi-overheidsorgaan.
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:10
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Ronde Venen 2014