Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Organisatieverordening 2014

1.. Met het oog op de doelstelling als verwoord in artikel 14, lid 1, overlegt de directie in de wekelijkse vergadering van het managementteam. 2.. De gemeentesecretaris/algemeen directeur stelt de vergaderdata en de agenda voor de vergaderingen van het managementteam vast. De directeur en de kwartiermakers/ afdelingshoofden kunnen zaken voor agendering indienen bij de gemeentesecretaris/ algemeen directeur. De gemeentesecretaris/algemeen directeur zorgt ervoor dat de agenda en bijbehorende stukken worden gereed gemaakt en zo mogelijk tenminste twee werkdagen voor de desbetreffende vergadering in het bezit zijn van de deelnemers. 3.. Doel van het overleg is om, binnen de daartoe door het college gegeven richtlijnen en het door deze gevoerde beleid, met inachtneming van de wettelijke bepalingen inzake de positie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur en zijn taak, te komen tot: Het adviseren over de gemeentelijke strategie, het langere termijnbeleid en strategische keuzen, alsmede over actuele ontwikkelingen Het adviseren over product-/prestatiebegroting, meerjarenbegroting, meerjaren-investeringsplan, jaarrekening Het aanduiden van primaatschap bij domein- of afdelingoverschrijdende zaken Het adviseren over en mede ontwikkelen van het gemeentelijk middelenbeleid als vermeld in artikel 10, lid 2 Het coördineren en bewaken van de voortgang van de uitvoering van met name de beleidsvoorbereiding, onder meer via de managementrapportage Het stimuleren en bewaken van een effectief en efficiënt functioneren van de gemeentelijke organisatie Het ontwikkelen van activiteiten die bijdragen aan een doorzichtige, klantgerichte en doelmatig functionerende organisatie, uitgaande van een effectieve sturing en een zo groot mogelijke betrokkenheid van de ambtenaren. 4.. Met inachtneming van het advies van het managementteam, brengt de directie gevraagd en ongevraagd advies uit aan het college omtrent de in het derde lid genoemde zaken. 5.. De directie heeft de bevoegdheid die maatregelen en voorzieningen te treffen die nodig zijn om de taken te kunnen vervullen, voor zover passend binnen de richtlijnen zoals genoemd onder artikel 3, lid 3 en artikel 6, lid 1 van deze verordening. 6.. De directie streeft in haar besluitvorming zoveel mogelijk unanimiteit na. Indien consensus binnen de directie ontbreekt, beslist de gemeentesecretaris/algemeen directeur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel