1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor
het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
openbare dienst bestemde
gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning
is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende
geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het
kalenderjaar.
2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode
gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft
voorgedaan.
Hoofdstuk
Artikel 7
Belastingtijdvak
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014