1.Een verlaging wordt toegepast op de bijstandsnorm met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het toepassen van de verlaging aan de belanghebbende is bekend gemaakt. Indien over deze periode de bijstandsnorm reeds is verlaagd, vindt de verlaging aansluitend op deze periode plaats. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm.
2. a. In afwijking van het eerste lid wordt bij een nieuwe aanvraag de uitkering
verlaagd vanaf de datum van ingang van de uitkering. De uitkering hoeft dan niet te worden herzien.
Ook bestaat de situatie dat voorafgaand aan de nieuwe aanvraag de belanghebbende daarvoor ook een uitkering ontving en belanghebbende toen een besluit heeft gekregen, waarin een verlaging is opgelegd, en deze verlaging nog niet of niet geheel ten uitvoer kon worden gelegd vanwege de beëindiging van de uitkering. Als de periode tussen de beëindigingdatum van de uitkering en de datum toekenning van de nieuwe uitkering niet meer dan 30 dagen bedraagt, dan wordt de verlaging direct bij aanvang van de nieuwe uitkering hervat.
Een opgelegde verlaging die niet kan worden uitgevoerd omdat de bijstand dan wel de uitkering van belanghebbende is beëindigd, herleeft indien belanghebbende binnen 12 maanden na datum besluit tot het opleggen van de verlaging opnieuw een beroep doet op de bijstand.
Artikel 6.
Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Bergen 2014