Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Vakantie-onderkomens:
bungalows, appartementen, woningen en andere verblijfsruimten niet zijnde
groepsverblijven, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor
vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
Tenthuisjes:
tenthuisjes en soortgelijke onderkomens welke bestemd zijn voor, dan wel
gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, en
welke geplaatst zijn op een vaste standplaats;
Tenten:
tenten en soortgelijke onderkomens welke bestemd zijn voor, dan wel gebezigd
worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, voor
zover deze onderkomens niet vallen onder andere begripsomschrijvingen;
Vaste standplaats:
een terrein of terreingedeelte dat in hoofdzaak gebezigd wordt voor het
gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeer
onderkomen;
Kamers:
woningen en andere verblijfsruimten, of gedeelten daarvan, niet zijnde
vakantie-onderkomens, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch welke in bepaalde perioden
van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden
aangeboden;
Groepsverblijven:
verblijfsruimten die zijn ingericht voor het gezamenlijk overnachten voor
recreatieve doeleinden van groepen van 20 of meer personen.
Artikel 2:
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2014