Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Subsidieverordening culturele activiteiten Enschede 2014

1.. Subsidie kan worden verstrekt voor culturele activiteiten zoals die zijn vermeld in de hoofdstukken 3 tot en met 8 van deze verordening. 2.. De activiteiten dienen met in achtneming van artikel 3 lid 3 in Enschede plaats te vinden en: een duidelijk herkenbaar publieksbereik te hebben; Enschede als stad met een levendige cultuur te promoten; vernieuwend en onderscheidend te zijn ten opzichte van het al bestaande culturele aanbod en door opzet, organisatie en/of samenwerking met andere organisaties aantoonbare meerwaarde hebben. 3.Uitgesloten zijn activiteiten: waarvan op voorhand vaststaat dat ze blijvend subsidieafhankelijk zijn; die al behoren tot de kernactiviteit van een structureel gesubsidieerde instelling tenzij ze vallen onder hoofdstuk 7 of 8; waarvoor al drie keer door de gemeente Enschede een subsidie is verstrekt; met een direct commercieel oogmerk en waarbij geen sprake is van cultureel ondernemerschap; die een duidelijk politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben; waarvoor de aanvragende organisatie al subsidie ontvangt; waarvan de kosten niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat; die in hoofdzaak een feestelijk en recreatief karakter hebben; waar een duidelijke cofinanciering ontbreekt; waarvoor geen gemeentelijke bijdrage vereist is; die behoren tot het onderwijspakket van scholen; activiteiten die zich beperken tot kunst- en cultuureducatie; die worden georganiseerd door de Universiteit Twente (UT) of culturele organisaties van de UT en enkel plaatsvinden op het terrein van de UT.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel