**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belasting plichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
belasting gedurende 30 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin
dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
**2..** Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**3..** De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van 30 jaren en een
rentevoet van 7,5% = € 268,96.
**4..** De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van
de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog
te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van
7,5%.
**5..** a. Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als
bedoel in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van
het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de
resterende belastingjaren van het belastingtijdvak opgelegd, berekend
overeenkomstig het vierde lid van dit artikel. b. In afwijking van het
bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel
bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het
eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na
de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de
in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
**6..** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het
beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt
overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor
de betreffende onroerende zaak opnieuw vastgesteld voor de nog niet
verstreken belastingjaren.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering 2014