**1..** In afwijking van het bepaalde in art. 1:8 kan het bevoegd gezag de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van de handhaving van:
natuur- en milieuwaarden;
landschappelijke waarden;
cultuurhistorische waarden;
waarden van stads- en dorpsschoon;
waarden voor recreatie en leefbaarheid.
Het bevoegd gezag kan hierbij als criterium de boomwaarde, bedoeld in artikel 4:10 hanteren.
**2..** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
**3..** Wordt het voorschrift opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
**4..** Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen voorts onder meer behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11A
Weigeringsgronden en vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014 (APV)