Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 2.

Artikel 2:12

Maken of veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014 (APV)

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: een uitweg te maken naar de weg; van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 3.. Het verbod in het is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement. 4.. Het verbod is voorts niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onder a en c worden verricht in het kader van de aanleg, onderhoud of reconstructie van een weg. 5.. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel