**1..** Wanneer in een gebied door inwerkingtreding van een omgevingsplan een specifieke regeling voor kamerverhuurpanden vervalt, mag het gebruik als kamerverhuurpand worden voortgezet indien:
dit gebruik aantoonbaar bestond op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan;
dit gebruik in overeenstemming was met het omgevingsplan, waarin een specifieke regeling voor kamerverhuurpanden was opgenomen en
binnen drie maanden na inwerkingtreding van dit omgevingsplan een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 5.47 van deze verordening.
**2..** Aan de eigenaar van een kamerverhuurpand als bedoeld in het eerste lid wordt geacht een tijdelijke vergunning te zijn verleend vanaf het moment van inwerkingtreding van het omgevingsplan totdat op de aanvraag is beslist.
**3..** Op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid is het bepaalde in artikel 5.49 eerste lid, onder a en b, niet van toepassing.
**4..** Het bepaalde in artikel 5.49, eerste lid, onder a en b, is evenmin van toepassing op een aanvraag om verlenging van een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 5.48, zevende lid, voor zover de aanvraag betrekking heeft op
een kamerverhuurpand als bedoeld in het eerste lid.
een kamerverhuurpand dat op 1 januari 2008 aantoonbaar als zodanig in gebruik was en waarvoor uiterlijk op 21 augustus 2009 een omzettingsvergunning is verleend conform artikel 4.1, eerste lid van de op 1 juli 2015 vervallen Verordening voor kamerverhuurpanden.