Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken of wijzigen
als:
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt;
verandering van omstandigheden of inzichten dit naar hun oordeel
noodzakelijk maken in het belang van de belangen ter bescherming
waarvan de ontheffing is vereist;
de exploitatie van de winkel op basis van de ontheffing gevaar
oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en
leefklimaat ter plaatse;
aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn
of worden nagekomen;
van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarbij
gestelde termijn; of
de houder dit verzoekt.