Burgemeester en wethouders kunnen, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is, degene die als eigenaar van een gebouw, bouwwerk, niet zijnde een gebouw, of standplaats, dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen, verplichten tot het binnen een door hen te bepalen termijn treffen van zodanige voorzieningen, dat de staat van dat gebouw, dat bouwwerk of die standplaats nadien komt te liggen op een niveau dat hoger is dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in artikel 1b, tweede lid, onderdeel a, b, respectievelijk c, zonder dat deze hoger komt te liggen dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in artikel 1b, eerste lid, onderdeel a, b, respectievelijk c.
Het bovenstaande houdt in dat burgemeester en wethouders maximaal eisen kunnen stellen tot het niveau nieuwbouw. De restrictie die de regelgever heeft gesteld is dat alle eisen die boven het niveau bestaande bouw van het Bouwbesluit worden gesteld, per individueel geval de noodzaak van het hogere niveau moeten worden gemotiveerd. Het is dus mogelijk bestaande gebouwen aan te schrijven tot het treffen van brandveiligheidsvoorzieningen, indien deze gebouwen voldoen aan het niveau bestaande bouw, maar niet aan een hoger niveau (het niveau nieuwbouw). Dit houdt in dat op basis van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht per geval deugdelijk moet worden gemotiveerd waarom wordt aangeschreven tot het treffen van voorzieningen hoger dan het niveau bestaande bouw. De gemeente heeft hier de plicht om alle consequenties van haar (aanschrijvings)beslissing zorgvuldig af te wegen. Bij constatering van een strijdigheid met het gemeentelijke beleid, dienen per aanschrijving eventuele bijzondere omstandigheden te worden afgewogen alvorens tot aanschrijving kan worden overgegaan.
Belangrijke aandachtspunten bij een aanschrijving zijn:
Is de aanschrijving deugdelijk onderbouwd en gemotiveerd?
Wordt de aanschrijving gebaseerd op wat wettelijk is toegestaan?
Houdt de aanschrijving rekening met de redelijke belangen van de eigenaar en/of gebruiker?
Is rekening gehouden met gelijkwaardige (alternatieve) oplossingen?
1.2.5 De gemeentelijke beleidsvrijheid
Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, kan het treffen van voorzieningen in bestaande gebouwen leiden tot verschillende niveaus voor dezelfde gebouwtypen. Zowel de rechter als het ministerie van VROM (de VROM-inspectie) vinden dat de gemeenten beleid moeten hebben vastgelegd om ongelijkheid bij gelijksoortige gevallen te voorkomen.
Bij de behandeling van gebruiksvergunningen en gebruiksmeldingen en bij de handhaving van de brandveiligheid in bestaande gebouwen wordt de in de vorige paragrafen genoemde werkwijze toegepast. Dit zijn de uitgangspunten van het Brandpreventiebeleid bestaande bouw.
1.2.6. Vrijstellingen
De in de vorige paragraaf beschreven systematiek is ook van toepassing bij het verlenen van vrijstelling bij een verbouwing. Hier dient ook rekening gehouden te worden met het gemeentelijk beleid, omdat er in sommige gevallen vrijstelling verleend kan worden tot het niveau bestaande bouw. Het is onjuist om bij vrijstelling naar een lager niveau te gaan dan bij een aanschrijving het geval is. Vrijstellingen worden dan beperkt tot het niveau van het Brandpreventiebeleid Bestaande Bouw.