Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de verordening aan te passen -met inachtneming van de provinciale kaders- op de volgende onderdelen:
a. het naar beneden bijstellen van de maximale hoogte van de Starterslening (art. 4 lid 3);
b. het bijstellen van de maximale koopsom van de woning (art. 6, lid 1 sub b en c).