In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente
Ommen 2013 daaronder wordt verstaan: elke constructie van enige
omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de
plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond
verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
college: het college van burgemeester en wethouders;
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
Woningwet daaronder wordt verstaan;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
te dienen;
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
andere wijze toegankelijk zijn;
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
manifestaties daaronder wordt verstaan;
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Ommen 2014