**1..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de
inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is,
geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
in artikel 25, vierde lid, van de wet.
**2..** In geval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
boetes:
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking
verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid,
van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6
van deze verordening.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste
lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a,
van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
behaald.
**3..** Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
handhavingsverplichting heeft, gelde de volgende boetes: De
bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
het inburgeringsexamen heeft behaald.
**4..** Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**5..** Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
mededeling gedaan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 10
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering