Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Melding of aanvraag

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.. Een aanvrager doet minimaal acht weken voor de geplande aanvang van de werkzaamheden bij het college melding voor een instemmingsbesluit dan wel aanvraag voor een vergunning voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 4, eerste lid., van deze verordening. 2.. Indien voor de voorgenomen werkzaamheden tevens (privaatrechtelijke) toestemming nodig is van andere grondeigenaren of grondbeheerders, geeft de aanvrager dit bij de melding of aanvraag aan en overlegt deze uiterlijk vier weken na de melding of aanvraag, het college het bewijs van verkregen toestemming. 3.. In geval van voorgenomen werkzaamheden van niet ingrijpende aard, meldt de aanvrager minimaal vijf werkdagen voor uitvoering deze werkzaamheden schriftelijk of per e-mail (in geval van e-mail bij het door de gemeente aangegeven mailadres) bij het college . Op grond van belangen als genoemd in artikel 9, eerste lid, van deze verordening, kan het college bepalen dat realisatie op een ander tijdstip moet plaats vinden. 4.. In geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten volstaat een melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. 5.. Het college is bevoegd in nadere regels delen van het grondgebied aan te wijzen waarop het derde en vierde lid van dit artikel niet van toepassing zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel