Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepaling

Onderdeel van TREASURYSTATUUT VAN DE GEMEENTE APELDOORN 2013

In dit statuut wordt verstaan onder: treasurycommissie: een commissie, bestaande uit de wethouder financiën, de concerncontroller, de manager Financiën & Control, de treasurer, de teammanager Financieel en Bedrijfskundig advies en een adviseur Grondbedrijf; treasuryfunctionaris: de treasurer of de plaatsvervangende treasurer; treasuryfunctie: de uitvoering van alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële posities, financiële stromen en de hieraan verbonden risico’s. Het treasurybeheer valt onder te verdelen in cashmanagement, risicomanagement en financiering/belegging; cashmanagement: het beheren van geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot een periode van één jaar; risicomanagement: het beheren van financiële risico’s (renterisico’s, debiteurenrisico’s koersrisico’s en interne liquiditeitsrisico’s); financiering: het aantrekken van vreemd vermogen voor een periode van minimaal één jaar; belegging: het uitzetten van eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Een belegging kan intern en extern plaatsvinden; uitzettingen: het beleggen van middelen, anders dan het aanhouden van saldi in rekening-courant, voor een periode van korter dan één jaar. Een uitzetting kan intern en extern plaatsvinden; geldstromenbeheer: omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren, zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); saldobeheer: omvat het beheren van de dagelijkse banksaldi; liquiditeitenbeheer: omvat het beheer van liquiditeiten tot één jaar; liquiditeitspositie: omvat het totaal van de rekeningcourantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen og/ug (og = opgenomen gelden, ug- uitgezette gelden); renterisicobeheer: het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een bepaald wenselijk geacht niveau; kredietrisicobeheer: het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling ten gevolge van het niet na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit; marktrisicobeheer: het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; intern liquiditeitsrisicobeheer: het beheersen van risico’s als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning; relatiebeheer: omvat het onderhouden van relaties met partijen die actief zijn op financiële markten, waaronder banken en geldmakelaars. wet FiDo: de Wet financiering decentrale overheden. RUDDO: Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden rente-instrumenten: renteruilcontracten (swaps), renteplafondcontracten (caps), , uitgestelde leningen (forward contracten), uitgestelde geldmarktcontracten (Future Rate Agreement (FRA)) schatkistbankieren: schatkistbankieren houdt in dat deelnemende instellingen al hun liquide middelen en beleggingen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogens bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. Schatkistbankieren betekent dat de gemeente de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig heeft voor de uitoefening van haar taken en verantwoordelijkheden – met andere woorden haar (tijdelijke) overtollige middelen – aanhoudt in de schatkist.

Rechtspraak bij dit artikel