Naar hoofdinhoud

Artikel 20

Vaststellen beschermend bestemmingsplan

Onderdeel van Erfgoedverordening 2011

1.. De raad stelt, ter bescherming van een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht, een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. 2.. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt door het college bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt. 3.. Alvorens het college de raad terzake een voorstel doet, wordt de monumentencommissie gehoord. 4.. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college. Artikel 21 Vergunningverlening in beschermd stads- of dorpsgezicht In beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning van het college. Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van het college. Op de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid zijn, totdat een beschermend bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, de artikelen 9, 10 en 11 van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel