Naar hoofdinhoud

Artikel 32

Schadevergoeding

Onderdeel van Erfgoedverordening 2011

1.. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 9 te verlenen; de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 9; de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 9; een omgevingsvergunning volgens artikel 2.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of beheersverordening; de weigering daarvan in het belang van de archeologische monumentenzorg; de voorschriften die in het belang van de archeologische monumentenzorg aan het desbetreffende besluit zijn verbonden (artikel 42 Monumentenwet 1988). de veroorzaakte schade door een maatregel als bedoeld in artikel 57, tweede lid (Monumentenwet 1988). 2.. Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel